Skip to content

Leegstand is niet hetzelfde als woningonttrekking

Recent heeft de Rechtbank Amsterdam een interessante uitspraak gedaan over het begrip onttrekking van woonruimte in het kader van de Huisvestingswet 2014. In deze zaak legde het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen een bestuurlijke boete van € 8.750,- op aan een huurder die tijdelijk niet in zijn sociale huurwoning verbleef. Het college van Diemen stelde zich, samengevat, op het standpunt dat leegstand een bijzondere vorm is van woningonttrekking. De rechtbank oordeelde echter dat de bestuurlijke boete onterecht was.

Feiten in het kort

Het is op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet verboden om een woonruimte, behorend tot een met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie woonruimte en die gelegen is in een in de huisvestingsverordening aangewezen gebied, zonder vergunning van burgemeester en wethouders anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden.

De huurder had sinds maart 2023 een sociale huurwoning betrokken en stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres. Gedurende een periode van enkele maanden na het accepteren van de woning verbleef hij echter nog bij zijn ernstig zieke ex-vrouw in Amsterdam, omdat hij daar zorg leverde.

De huurder was daardoor nog niet in de gelegenheid geweest om de woning volledig in te richten. Het college stelde na een controlebezoek door toezichthouders dat de woning niet werd bewoond en dat de woning daarmee “onttrokken” was aan de gemeentelijk woonruimtevoorraad. Het college legde daarom op grond van de Huisvestingsverordening een bestuurlijke boete op aan de huurder.

De kern van de uitspraak

De rechtbank benadrukte in de uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2025:8797)dat het begrip woningonttrekking alleen van toepassing is wanneer een woning daadwerkelijk voor andere doeleinden wordt gebruikt dan bewoning.

Tijdelijke leegstand, bijvoorbeeld omdat de huurder nog niet daadwerkelijk in de woning woont, valt hier niet onder. De rechtbank overwoog in dat kader onder meer mee dat huurder altijd de intentie heeft gehad om de woning te bewonen.

Een ander belangrijk punt om geen onttrekking aan te nemen was dat de woning niet werd gebruikt voor andere functies, zoals kantoor, Bed & Breakfast of short-stay verhuur.

Verder kan leegstand op grond van de Leegstandswet worden gereguleerd. Een gemeente kan een Leegstandsverordening vaststellen, waarin een verbod op leegstand is opgenomen. De gemeente Diemen had geen leegstandsverordening vastgesteld.

De rechtbank volgde de gemeente Diemen daarom niet in haar standpunt dat leegstand, als er in het onderhavige geval al sprake van was, een vorm van onttrekking is. Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat de opgelegde boete niet terecht was en vernietigde het besluit van de gemeente volledig.

Conclusie

Deze uitspraak bevestigt dat gemeenten zorgvuldigheid moeten betrachten bij het vaststellen van onttrekking van woonruimte. Tijdelijke leegstand of vertraging bij het betrekken van een woning is op zichzelf geen overtreding van de Huisvestingswet.

Aan verhuurders van woningen kan, indien de relevante verordeningen zijn vastgesteld, in beginsel ook een bestuurlijke boete worden opgelegd bij overtreding van de Huisvestingswet en Leegstandswet.

Voor verhuurders is het daarom van belang om altijd documentatie en afspraken met huurders te hebben, zodat bij vragen over bewoning en gebruik de intentie van de huurder duidelijk wordt aangetoond. Een verhuurder doet er dan ook verstandig aan het daadwerkelijke gebruik van de woning periodiek te controleren.

Vragen

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen? Neem gerust vrijblijvend contact met ons op via info@albertswijnveld.nl of 020 30 31 283.

Back To Top